De bosuil, stem van de winter
- 30 jan
- 4 minuten om te lezen

Als je in de winter buiten komt op een windstille vooravond en een heldere hemel, dan kun je met wat geluk de bosuil horen roepen. Iedereen heeft het wel eens gehoord zonder erbij stil te staan. Het is een trillende lang gerekte ‘hoe-oe-oe-hoe-hoeoeoe’ en is bedoeld voor de afbakening van het territorium van de mannetjes bosuil. Je kunt dit reeds in december al horen en gedurende de winter.
De bosuil is de meest voorkomende uil in Europa en de stand met broedparen de laatste jaren vrij stabiel. Mogelijk profiteert de bosuil van de toename van bos en het ophangen van nestkasten.
Leefomgeving
De naam zegt het zelf. Bosuilen leven voornamelijk in het bos, maar ook in andere landschappen waar veel bomen staan, zoals kleine landschapselementen. Bosuilen hebben vaak een favoriete vaste stek, namelijk een ‘roestboom’ of groepje bomen. Ze leven in verscholen plaatsen en jagen gedurende de nacht. Ze hebben veren die het mogelijk
maken geluidloos te vliegen.
Zoals bij vele uilen kun je hun plaats herkennen door de braakballen, dit zijn onverteerbare resten van prooien, onder de boom waar ze verblijven. Gedurende de dag knappen ze een uiltje.
Bosuilen leven meestal in een holle boom en maken er hun nest. Deze bomen vind je meestal op afgelegen plekken. Ook broeden, bij gebrek aan bomen, ze in een schuur of een konijnenhol of nestkastjes, ze hebben dus een breed aanpassingsvermogen. Door hun aanpassingsvermogen hebben ze ook een breed scala aan voedsel. Bosuilen
nemen het niet zo nauw wat prooidieren betreft: muizen, ratten, vleermuizen, konijnen, hazen, eekhoorns, mollen, kleine vogels, kikkers, kevers, slakken, ... er gaat van alles naar binnen.

De bosuil is een standvogel die trouw blijft aan zijn territorium en broedplek. Hierdoor kennen ze hun territorium zeer goed en dit geven ze ook door aan hun nakomelingen. Tevens zijn bosuilen monogaam.
Als je de roep hoort laat het mannetje weten waar zijn territorium is en lokt zo het vrouwtje. De vrouwtjes reageren hier dan ook op en als het klikt worden in februari de eerste eieren gelegd.
Hoe herken je een bosuil?
Beknopte omschrijving
De kop is relatief groot zonder oorpluimen, dus niet zoals bij de oehoe.
Het gezicht is rond en heeft zwarte grote ogen.
De grote schommelt tussen 35 à 42 cm.
Het verenkleed varieert van grijs-grijsbruin tot bruinrood.
Op de vleugels staan zwarte bandjes en de vleugels zijn aan de korte kant.
De schoudervlekken zijn wit.
Heeft een wigvormige korte staart.
De vele soorten geluiden die een bosuil produceert kan je hier besluisteren: https://www.vogelgeluid.nl/bosuil/
Uiterlijk en kenmerken van de bosuil
Grote ogen
De bosuil kan uitstekend zien, hij kan een muis op grote afstand spotten.
Flexibele nek
Met de flexibele nek kunnen ze 270° kijken, wat bij de meeste uilen het geval is. Hij kan zijn nekflink uitrekken en zelfs ondersteboven kijken.
Asymmetrische oren
Bosuilen hebben een uitstekend gehoor om hun jachtterrein af te speuren naar geluiden van prooien. De oor-openingen zitten achter de kopveren, zitten links en rechts niet op dezelfde hoogte. Het geluid van een prooi komt daardoor bij het ene oor net iets eerder aan dan bij het andere. Door dit verschil kan hij de prooi goed lokaliseren.
Stevige klauwen
Bosuilen hebben stevige en scherpe klauwen. Hij heeft 4 tenen 2 naar achter en 2 naar voor.
Hij grijpt zijn prooi met 2 poten.
Haakvormige snavel
Bosuilen hebben een haakvormige snavel, hiermee scheurt hij zijn prooi soms in stukjes. De
prooi gaat vaak in zijn geheel naar binnen. De braakbal komt enkele uren daarna met
onverteerbare resten.
Uilskuikens
De eieren worden eind februari begin maart gelegd. De hoeveelheid hangt af van het voedselaanbod en kan variëren van 2 tot 7 eieren. Als de kuikens zijn uitgekomen, blijft het vrouwtje voorlopig nog op het nest om haar kuikens te voeren. Pas na 4 tot 5 weken verlaten ze het nest. Ze worden door beide ouders gevoed.
Waar veel vogeltjes vanuit het nest een proefvlucht maken, gaat dat bij een jonge bosuil net wat anders. Vliegen kan hij nog niet, maar hij klimt op een tak, vaker nog kukelt hij wat onhandig naar beneden. Met zijn scherpe klauwen klimt hij weer omhoog de boom in. De donzige kuikens worden dan ook wel ‘takkelingen’ genoemd.

Als je in het bos zulke pluizige bolletjes tegenkomt, laat ze dan liggen. Ze zien er misschien hulpeloos uit, maar zijn dat niet. En hun ouders zitten in de buurt.

De takkelingen worden vanaf deze stunteltijd nog enkele weken gevoerd en vervolgens wordt er gestart met vlieglessen.
Maar ook als ze kunnen vliegen, blijven ze nog maanden hangen rondom hun geboorteplek. Tegen de herfst moeten ze hun vertrouwde omgeving echt verlaten.
Slot
De bosuil is geen opvallende verschijning overdag, maar wie in de winter luistert, merkt hoe aanwezig hij werkelijk is. Zijn roep markeert territorium, kondigt het broedseizoen aan en verraadt een soort die al eeuwenlang perfect is aangepast aan zijn omgeving. Van stille bossen tot houtkanten en zelfs gebouwen, de bosuil weet zich te handhaven waar rust en
structuur aanwezig blijven.
Met zijn stabiele populatie, brede voedselkeuze en groot aanpassingsvermogen is de bosuil een vaste waarde in onze natuur. Tegelijk blijft hij kwetsbaar voor verstoring, verlies aan oude bomen en het verdwijnen van geschikte broedplaatsen. Aandacht voor leefgebied, rust en nestgelegenheid blijft daarom belangrijk.
Wie de bosuil hoort, hoort meer dan een nachtelijk geluid. Het is een teken van continuïteit, van een landschap dat nog ruimte biedt voor stilte en leven.
Met weidelijke groeten,
Team Jagersliga





Opmerkingen