Bestrijden van kraaien in Vlaanderen: trechterval & larsenkooi
- 9 feb
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 1 dag geleden

Kraaien en andere kraaiachtigen kunnen in sommige gebieden schade veroorzaken aan landbouwgewassen, plunderen nesten van grondbroeders en in hoge dichtheden overlast geven in het buitengebied. Effectieve en verantwoorde bestrijding maakt dan deel uit van goed jachtbeheer. In Vlaanderen mogen kraaien met bepaalde vallen bestreden worden binnen de specifieke vangperiode van 16 februari tot en met 15 oktober (zoals beschreven
in de uitvoeringsmodaliteiten rond het soortenbesluit).
De trechterval en de larsenkooi zijn twee vangmiddelen die in de jachtpraktijk gebruikt worden om kraaien te vangen. Hieronder worden werking, regelgeving en praktische overwegingen beschreven.
Maar eerst een stukje biologie, om de kraaiachtigen in Vlaanderen te leren kennen...
Belangrijkste kraaiachtigen in Vlaanderen
In Vlaanderen komen verschillende kraaiachtigen voor. Het gaat om intelligente soorten met hoge aanpasbaarheid en een opportunistisch voedingsgedrag. In het kader van faunabeheer ligt de focus vooral op zwarte kraai, kauw en ekster, aangezien deze soorten lokaal ecologische en landbouwkundige schade kunnen veroorzaken. Andere kraaiachtigen zoals gaai en roek worden doorgaans enkel plaatselijk of onder specifieke omstandigheden
beheerd.
Gedrag, voeding en voortplanting

Kraaiachtigen zijn opportunistische omnivoren met een breed dieet. Ze voeden zich onder meer met eieren en kuikens van grondbroeders, jonge zangvogels, kleine zoogdieren (zoals jonge hazen), insecten, zaden, landbouwgewassen, aas en voedselresten. Dankzij hun hoge intelligentie passen ze zich snel aan nieuwe voedselbronnen en menselijke activiteiten aan.
De voortplanting start vroeg in het jaar. De broedperiode loopt meestal van maart tot mei. De eileg begint vaak eind maart of begin april en het nest telt gemiddeld drie tot zes eieren. Beide oudervogels zorgen voor het broeden en de jongen, die meerdere weken afhankelijk blijven van ouderlijke zorg.
Verantwoord beheer van kraaiachtigen
De combinatie van een hoge voortplantingssnelheid, sterke broedzorg en een groot aanpassingsvermogen (in combinatie met geluidsoverlast) zorgt ervoor dat kraaiachtigen zich snel kunnen handhaven en lokaal hoge dichtheden bereiken.
In gebieden waar dit leidt tot ecologische of landbouwkundige schade volstaat natuurlijke regulatie vaak niet. Om die reden wordt binnen het faunabeheer gebruikgemaakt van gerichte en wettelijk toegelaten bestrijdingsmethoden, waaronder trechtervallen en larsenkooien.
Trechterval
De trechterval is een vrij eenvoudige constructie, vaak zelf te maken in hout, die inzet op het natuurlijke gedrag van kraaien. Jagers kunnen er, mits de val correct gebouwd en opgesteld is, effectief groepjes kraaien mee vangen zonder gebruik van verboden lokstoffen zoals slachtafval of vlees.
Een praktische handleiding om zelf een trechterval te bouwen staat beschreven op de website van de Jagersliga: https://www.jagersliga.be/post/trechterval
De trechtervormige ingang zorgt ervoor dat kraaien gemakkelijk naar binnen kunnen vliegen of lopen om bij het lokaas of de voerplaats te komen, maar veel moeilijker weer naar buiten kunnen. Het principe maakt gebruik van de neiging van kraaien om voedselbronnen te gebruiken en is zeer geschikt om meerdere vogels tegelijk te vangen.
Voordelen:
Relatief eenvoudig te bouwen;
Geen ingewikkelde mechaniek nodig;
Kan bij juiste toepassing effectief zijn voor groepen kraaien.

Larsenkooi
De larsenkooi (ook larsenval genoemd) is een kooi die gebruikmaakt van een lokvogel of lokdieren om territoriale kraaien aan te trekken. Hierbij wordt een eerder gevangen kraai of ekster in een apart compartiment geplaatst; voorbijtrekkende of territoriale vogels zien deze als indringer en proberen binnen te dringen in de kooi, waardoor ze gevangen komen te zitten.
De kooi bestaat typisch uit meerdere compartimenten. In het deel waar de lokvogel zit, is zicht en geluid voldoende om andere kraaien te lokken. Wanneer een kraai de lokvogel
benadert, valt er een deur of mechanisme dicht dat de vogel gevangenhoudt. Dit maakt de larsenkooi bijzonder effectief voor territoriale of nieuwsgierige vogels.
Voordeel: Gemakkelijk te verplaatsen

Wetten en verplichtingen
Een maximaal aantal van 2 levende lokdieren (deze hoeven niet geringd te zijn).
Deze moeten permanent beschikken over water, voedsel, beschutting en een zitstok.
De kooien moeten dagelijks gecontroleerd worden (Tenzij er een op afstand controleerbare camera wordt geplaatst)
Adequaat geïdentificeerd zijn met een met een weersbestendig plaatje. Op dit plaatje moet de te bestrijden soort vermeld staan, net als het telefoonnummer van ANB en het jachtverlofnummer van de plaatser. Ook moet op het plaatje de volgende zin staan: ‘Deze val is geplaatst conform de uitvoeringsmodaliteiten van het soortenbesluit van
15 mei 2009, bijlage 3’.
Het gebruik van vlees of slachtafval als lokaas is niet toegestaan.
De val moet geregistreerd zijn bij het ANB.
Alle andere gevangen dieren worden dadelijk ter plekke in vrijheid gesteld
Optioneel kan je de volgende QR code van Jagersliga toevoegen aan dit weerbestendig plaatje, dit zodat wandelaars en anderen correct geïnformeerd worden. Als je deze QR-code scant met je GSM toestel, dan kom je op deze pagina terecht: www.jagersliga.be/kraaien-qr






Opmerkingen