OSIRIS-ziektebewaking: kijken, herkennen en melden
- 3 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Als jagers komen we in het veld soms situaties tegen die vragen oproepen. Een stuk wild dat opvallend mager oogt. Een vos die zijn natuurlijke schuwheid lijkt te verliezen. Een dier dat traag, afwijkend of helemaal niet reageert zoals je normaal zou verwachten.
Op het eerste gezicht lijken dat vaak kleine vaststellingen. Geen spectaculaire gebeurtenissen, geen grote alarmsignalen, maar wel waardevolle observaties. Want net die signalen kunnen iets vertellen over de gezondheid van onze wildpopulaties en over wat er zich in stilte afspeelt in het veld.
Jagers staan dicht bij de natuur. We zijn regelmatig aanwezig, kennen onze terreinen en merken vaak snel wanneer iets niet klopt. Die terreinervaring maakt ons tot belangrijke ogen en oren in het buitengebied.
OSIRIS ziektebewaking
Vanaf april 2026 wil het Agentschap voor Natuur en Bos nog gerichter inzetten op het opvolgen van ziekteverschijnselen bij wilde dieren. Daarbij wordt het belangrijker dan ooit om verdachte situaties correct te herkennen, ernstig te nemen en waar nodig te melden.

Deze ziektebewaking breidt ANB in april 2026 uit naar ophaling en onderzoek van geschoten jachtwild dat verdachte verzwakking en/of ziekte vertoont (genaamd OSIRIS ziektebewaking).
Belangrijk: Er is geen toelating voor het inzamelen en transporteren van dood gevonden (niet geschoten) wilde fauna
door de jachtsector. Dood gevonden wilde fauna dient dus steeds te worden gemeld aan en opgehaald onder de
modaliteiten van de lopende ziektebewaking
Wanneer een stuk wild afwijkend oogt, stopt het dus niet bij het schot
Dit vernieuwde draaiboek legt stap voor stap uit hoe jagers moeten handelen wanneer een kadaver voor verder onderzoek moet worden aangeboden. Het beschrijft hoe het kadaver correct verpakt wordt, hoe het veilig naar een jachtophaalpunt wordt gebracht en hoe de verdere ophaling door een koerier richting het autopsielaboratorium verloopt.
Daarnaast verduidelijkt het draaiboek hoe de autopsie wordt uitgevoerd en op welke manier de resultaten nadien met de jachtsector worden gedeeld. Zo ontstaat er een duidelijke en uniforme werkwijze, waarbij jagers correct kunnen bijdragen aan de opvolging van ziekteverschijnselen bij wild.
Belangrijk is wel het onderscheid. Het gaat enkel om geschoten wild met verdachte kenmerken. Dieren die dood worden aangetroffen blijven onder de bestaande meldprocedure vallen.
Wanneer er indicaties zijn dat een dier het slachtoffer werd van vergiftiging dient contact genomen te worden met de Natuurinspectiediensten van ANB voor het opmaken van een PV en verdere opvolging.
Wildziektes opvolgen begint niet in het labo, maar in het veld
Net daar speelt de jagerij een belangrijke rol. Als jagers zijn we vaak de eersten die afwijkend gedrag, verzwakte dieren of verdachte sterfte opmerken. Door zulke signalen ernstig te nemen en correct door te geven, helpen we mee aan een beter inzicht in de gezondheid van onze wildpopulaties.
De samenwerking met het ANB is daarom geen bijkomstigheid, maar een kans om onze terreinervaring op een zinvolle manier in te zetten. Hoe beter de meldingen en opvolging verlopen, hoe sneller ziektebeelden herkend kunnen worden en hoe gerichter er kan worden gehandeld.
Zo tonen we als jagers dat we niet alleen gebruikers van het buitengebied zijn, maar ook betrokken beheerders. Met kennis van het veld, respect voor het wild en bereidheid om verantwoordelijkheid op te nemen.
Wie hiermee in het veld geconfronteerd wordt, hoeft dus niet te improviseren. Het volledige en gedetailleerde draaiboek van het ANB beschrijft stap voor stap hoe jagers correct kunnen handelen bij het aantreffen, verpakken en laten onderzoeken van verdacht of ziek wild. Je vindt het volledige draaiboek via deze link: https://natuurenbos.vlaanderen.be/sites/default/files/documenten/Draaiboek_Osiris_Jachtwild-jagers.pdf
Met weidelijke groeten,
Het Jagersliga team



Opmerkingen